HOLTEN – Daniëlle Samuel, kleindochter van de in Sobibor omgekomen Daniël Pagrach en Jane Pagrach-Dormits, had gisteren moeite haar emoties te onderdrukken.
Bij het leggen van de steentjes voor haar opa, oma, oom en tante aan de Oranjestraat 59 in Holten vloeiden de tranen rijkelijk. "Ik had me nog voorgenomen om niet te huilen, maar ik kon me niet inhouden. Dit doet echt heel erg veel met mij. Bijzonder."
Kort na de legging nam Samuel moedig het woord. In naam van haarzelf en haar zussen in Israël sprak ze over haar grootouders die ze nooit had gekend, over haar vernoeming naar opa en haar zoon die ook de naam Daniël heeft overgenomen en over het feit dat op deze manier haar familieleden nooit zullen worden vergeten.
"Dit is heel bijzonder. Ik vind de steentjes ook heel erg mooi. Heel eervol. Dit is bovendien belangrijk voor ons als nabestaanden. Wij kunnen niet naar een graf. Wij weten niet waar we onze familieleden kunnen bezoeken. Hiermee krijgen we toch iets tastbaars. Een herkenbare plek waar we naartoe kunnen gaan. En de steentjes passen volledig in de joodse traditie. Wij verleggen steentjes op graven van overledenen om te laten zien dat we ze niet zijn vergeten."
Via e-mailtjes met familieleden in Israël hoorde Samuel van de legging van de steentjes. Lang hoefde ze niet na te denken over haar komst naar Holten. "En ik weet zeker dat ook mijn zussen uit Israël hier naar Holten zullen komen om de steentjes te bekijken."De stenen van kunstenaar Günter Demnig zijn niet alleen een nagedachtenis aan slachtoffers van het Nazi-regime. Demnigs filosofie gaat dieper. Hij wil namen teruggeven. Joden zijn in de concentratiekampen tot nummer gedegradeerd. En wie de tekst op de ‘struikelsteentjes’ wil lezen, moet bukken. ‘Een buiging voor de slachtoffers’, aldus de ontwerper.
Een nobel streven, maar het legaliseren van het leggen van de stenen ging niet vanzelf. Jarenlang streed de Duitse kunstenaar tegen de bureaucratie om het leggen van de stenen te legaliseren.
De eerste stolpersteine legde Demnig in 1992 voor het oude stadhuis van Keulen, exact vijftig jaar na het bevel van Himmler om duizend zigeuners uit de stad te deporteren. In de illegaal gelegde steen zijn de eerste regels van het bevel gegrift.
Deze plaatsing moest een groots vervolg krijgen. Demnig sleutelde jaren aan zijn stolpersteine-plan, dat vooral utopisch leek in het begin: hij wilde minstens zes miljoen stenen plaatsen door heel Europa. De positieve respons op zijn plan leidde tot de eerste grootschalige plaatsing van steentjes: er werden er 250 steentjes gelegd in de Keulse Antoniterkirche.
Na ook in Berlijn illegaal stenen te hebben gelegd begon de lange strijd van Demnig om plaatsing te legaliseren. Charlotte Knoblauch, voorzitter van de Centrale Joodse Gemeente in Duitsland, noemde het een schande dat de namen van slachtoffers van de jodenvervolging ‘met voeten worden betreden’. Vijf jaar moest Demnig wachten op groen licht. In 2000 begon het stolpersteine-project officieel. Intussen liggen er verspreid door Europa al meer dan 23.000 steentjes. Bijvoorbeeld in Borne, Haaksbergen en Glanerbrug.
Toen Borne kortgeleden de Nederlandse primeur had van de ‘stolpersteine’ kwamen de struikelsteentjes ook in vergaderingen van de Oudheidkamer Hoolt’n als nieuw initiatief naar voren. Voorzitter Jan Beumer: "We hebben toen de gemeente gevraagd om de provincie om subsidie te vragen. De stenen kosten 95 euro per stuk en dat konden we zelf niet betalen." Beide overheden zagen het idee van de Holtenaren wel zitten en vroegen zelfs of er nog méér aandacht aan kon worden besteed. Dat was niet aan dovemansoren gericht. Er werd een lesbrief gemaakt voor schoolkinderen en Herman Gazan verzamelde oude herinneringen aan de joodse inwoners van Holten en publiceerde deze in boekvorm.
Het belangrijkste zijn echter de struikelsteentjes van Demnig. De kleine stenen, tien bij tien centimeter, vallen meteen op bij een wandeling over het trottoir. Het messing plaatje met daarop de naam, geboortedatum en overlijdensdatum van de voormalige bewoners van het huis waar de steentjes vóór liggen. Beumer: "Zo kunnen we zien waar de mensen gewoond en geleefd hebben. Ze krijgen hun eigen plekje terug in Holten." Of zoals burgemeester Pieter van Veen van Rijssen-Holten het omschreef: "De mens is pas vergeten als zijn naam is vergeten."
(bron stentor)